Een paar dagen geleden rommelde ik in een platenzaakje wat door een houten bakje met oude singletjes. Het bakje was door de eigenaar gelabeld met “Diversen”. Dat betekent meestal zoveel als “niets waard, maar laten we het maar proberen”. Ik viste er dit singletje van Gerard Hengeveld uit. Het was waarschijnlijk al bij veel mensen gedachteloos door de vingers gegaan, op zoek naar een gouden vondst voor weinig geld. En wat voor die mensen geen waarde had, heeft het des te meer voor het Muziekarchief Kampen.
De naam Hengeveld kende ik als Kampenaar wel, maar wist niet zeker of deze Gerard ook daadwerkelijk uit Kampen kwam en iets op muzikaal gebied had gedaan. Bij thuiskomst bleek Gerard Hengeveld (1910) inderdaad een geboren en getogen Kampenaar te zijn, met een groot aangeboren muzikaal talent. Dat talent had hij ongetwijfeld van zijn vader Christiaan Hengeveld (1880) doorgegeven gekregen. Die was begin vorige eeuw directeur van de gemeentelijke muziekschool van Kampen. Voor Gerard was het op jonge leeftijd al heel normaal om regelmatig met zijn vader naar de Stadsgehoorzaal te gaan. De stap naar het podium was dan ook al snel gemaakt. Als tienjarig jochie had hij daar met zijn oudere broer Chris jr. en hun vader zijn podiumdebuut. Een lokale journalist die erbij was, omschreef het tafereel destijds beeldend: “Een klein jochie in matrozenpakje kwam het podium op, nam plaats achter de piano waarvoor hij eerst de pianokruk tot maximale hoogte moest draaien en speelde alsof hij nooit anders gedaan had. Het overweldigende applaus leek hem niet te deren.”
Het bleef niet bij dit eenmalige optreden, een volgende avond in de Stadsgehoorzaal was het volle bak. Iedereen was nieuwsgierig naar dit jonge natuurtalentje. Gerard bekwaamde zich verder in zijn pianospel en op zijn veertiende ging hij naar het Conservatorium in Amsterdam waar hij in vier jaar tijd afstudeerde. Met zijn diploma op zak was hij op zijn achttiende al muziekdocent bij datzelfde conservatorium. Zo trad hij in de voetsporen van zijn vader. Gerard verhuisde naar Amsterdam, ging zelf muziekstukken componeren en trad op door heel Nederland en het buitenland. Maar een baan als docent in Amerika wees hij toch af. Kampen bleef toch zijn stad waar hij regelmatig terugkwam om op te treden.
Een tastbare herinnering aan deze bijzondere man. Het fysieke singletje van fabrikant Philips heeft trouwens ook nog een eigen plekje in de geschiedenis. De gangbare standaard in die tijd was de 78 toerenplaat van shellack, ook vaak bakeliet genoemd. Vinyl werd al wel gebruikt, maar met 78-toeren pasten er een beperkt aantal liedjes op zo’n plaat. Het was Philips gelukt om de groeven te verkleinen en daardoor meer muziek op één kant van een vinylplaat te persen. Met deze Minigroove techniek kregen ze twee liedjes op één kant van een 7 inch vinylsingle op 45 toeren. En dat was redelijk revolutionair in die tijd, en nog steeds.
Een bijzondere vondst deze single van 65 jaar oud. Geen geld waard, maar wel waardevol.




